St. Willibrord

Oktober | Hildegards lessen voor vandaag

Dit artikel is op 13-10-2012 geplaatst op de opiniepagina van het Nederlands Dagblad en is van de hand van Dr. Hans Wilbrink (1949). Deze promoveerde in 2006 aan de Radbouduniversiteit te Nijmegen op een proefschrift over Hildegard van Bingen en Hadewijch van Brabant.


Hildegards lessen voor vandaag

Wie God wil ervaren, moet nederig worden. Dat is een van de lessen van Hildegard van Bingen, die door de paus tot ‘kerklerares’ is benoemd.
Een kerkleraar is iemand die de christelijke leer in woord en geschrift op een bijzondere manier heeft verdedigd, verdiept en blijvend verrijkt. Vandaar dat er grote namen onder de gelauwerden – slechts 34 – te vinden zijn, zoals Ambrosius, Augustinus, Bernardus van Clairvaux en Thomas van Aquino. Het zijn denkers die het (vroege) christendom hebben vormgegeven, die belangrijke leerstukken, zoals bijvoorbeeld dat van de Drieëenheid hebben geanalyseerd en verklaard – dat wil zeggen helderder hebben gemaakt – en wier geschriften en opvattingen de tand des tijds hebben doorstaan.
In de vorige eeuw werd het kleine leger van kerkleraren (inderdaad voornamelijk mannen) uitgebreid met enkele nieuwe categorieën: de mystieken en de predikers van de liefde. Mannen en vrouwen die niet zozeer op grond van hun rationeel-theologische inbreng werden gepromoveerd, maar veel meer vanwege hun voorbeeldige, uitzonderlijke monastieke ingetogenheid, of wegens hun bijzondere, manifeste liefdesverhouding tot God. We noemen in dit verband Theresia van Lisieux, Johannes van het Kruis, Theresia van Ávila en Catharina van Sienna.


liederlijk gedrag
Hildegard was geen vernieuwend theoloog en speelde geen grote rol in het twaalfde-eeuwse theologisch dispuut. Geen baanbrekende theologen van de kerkgeschiedenis. Hildegard van Bingen was een bijzonder begaafde en begenadigde mystica, wier leven en werk geheel in het teken stonden van de vervulling van Gods woord. De inhoud van haar boodschap was tweeledig: ze wilde de geestelijkheid van haar tijd vermanen, veranderen en opnieuw inspireren. En ze wilde eenieder die voor haar werken openstond, de weg wijzen naar het meest innige contact met de Schepper.In haar drie grote visionaire geschriften stelt zij het liederlijk gedrag van vele geestelijken onomwonden aan de kaak. Ze ziet de kerk teloor gaan aan de verwerpelijke praktijken van vele prelaten en ze geeft aan dat juist door het gebrek aan leiding en inspiratie en het ontbreken van het goede voorbeeld seculiere en ketterse tendensen zich beginnen af te tekenen.


klein worden
In diezelfde grote visionaire werken is ze echter minstens zo pregnant in het aangeven van de juiste weg. In werkelijk prachtige teksten beschrijft ze de strijd van de menselijke ziel terug te kunnen keren naar haar goddelijke oorsprong. Ze tekent de mens in zijn onmacht, zijn vechten tegen de duivelse verleiding, zijn strijd tegen de onwijsheid van medemensen. Ze beschrijft het verlangen naar de moederlijke omarming van de goede God en de drang te willen terugkeren in de hemelse bescherming van de Schepper.
Ze geeft ook de aardse weg aan die elke mens moet gaan: de Timor Dei, de Vreze Gods, de overtuiging van de noodzaak klein te moeten worden, nederig, of, met dat mooie oude woord, ootmoedig. De ootmoedige mens heeft ruimte in zijn geest en zijn hart voor de genadestroom van God. De ootmoedige mens kan zijn hart geven aan God; in het Latijn is dat cor dare, of credere, geloven.


Hildegard van Bingen hield op originele en indringende wijze aan eenieder onophoudelijk en in allerlei toonaarden hét christelijk kernadagium voor: wie God ervaren wil, moet nederig worden. En, we kunnen er bij Hildegard niet omheen, dat geldt des te meer voor de geestelijke stand.