St. Willibrord

November | "Brief van Pascal"

Als een mens iets goeds doet, komt dat door de genade van God? Of heeft de mens ook een vrije wil om het goede te doen?

Daarover werd 350 jaar geleden een hevige discussie gevoerd tussen de Jansenisten en de Jezuïeten. Dit droeg later bij tot de scheiding tussen de Oudkatholieken en de Roomse kerk. De beroemde Franse wetenschapper Blaise Pascal mengde zich in die strijd door een aantal geschriften ('Provinciales') in de vorm van een brief.
In zijn laatste brief stelt hij dat de mens zich op God richt, wanneer hij ‘wordt aangetrokken door de zoetheid van Gods inblazingen’. Kortom, de mens doet het goede uit liefde.‘God verandert het hart van de mens door een hemelse zoetheid, die hij erin stort, [en] die.. maakt dat de mens.. weerzin opvat jegens de genoegens.., die hem scheiden van het onvergankelijke goed.

De brief is 350 jaar geleden ter verdediging van de Jansenisten en het klooster Port-Royal geschreven. Maar is hij ook voor ons in deze tijd geschreven? Als wij dat willen weten, dan moeten wij de brief open maken alsof hij aan ons gericht is. Dan lezen we, dat bij Pascal “een hemelse zoetheid” de brug is tussen de wil van de mens en die van God. Dat het hierbij over een eigen ervaring gaat, weten we door een tekst, het ‘Mémorial’, die bij toeval na zijn dood gevonden is, in een zoom van zijn kleding. Met duidelijke moeite probeert hij te beschrijven wat hem is overkomen in de nacht van 23 november 1654, de ‘nacht van het Mémorial’. De tekst begint als volgt:
Vuur.
God van Abraham, God van Izaäk, God van Jacob,
niet van de filosofen en geleerden.
Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede.
God van Jezus Christus.
Het is een ontmoeting met God, zo intens en zo groots dat woorden tekort schieten. In “onze” brief schrijft hij hierover:

God verandert het hart van de mens door een hemelse zoetheid, die hij erin stort, die, het genot van het vlees overtreffend, maakt dat de mens.. de grootheid en eeuwigheid van God ontdekkend, weerzin opvat jegens de genoegens van de zonde, die hem scheiden van het onvergankelijke goed.’ Het hemelse overtreft alle aardse ervaringen. Als de mens eenmaal de hemelse zoetheid kent, is hij niet zijn vrije wil kwijt. Maar hij kan het niet laten God te zoeken:
Zo beschikt God over de vrije wil van de mens zonder hem dwang op te leggen en zo begeeft de vrije wil, die de genade altijd kan weerstaan.. zich even vrij als onvermijdelijk naar God, wanneer hij de mens wil aantrekken met de zoetheid van zijn werkzame inblazingen.

Omdat Pascal over “de mens” spreekt, had hij het idee dat zijn bijzondere ontmoeting met God voor ieder van ons mogelijk is... voor ieder die de brief leest.

Door Frans Kenninck

(Met dank aan Lidwien van Buuren voor haar lezing over Pascal)


Blaise Pascal (1623-1662) Beroemd Frans wis- en natuurkundige en filosoof. Zijn zuster trad toe tot het klooster Port-Royal en daardoor raakte hij betrokken bij de strijd over de genadeleer tussen Jansenisten en Jezuïeten.
Provinciales: (1656-1657) Achttien door Pascal onder een pseudoniem geschreven vlugschriften, tegen de veroordeling van Jansenius' boek over Augustinus en tegen de moraal van de Jezuïeten. Nog altijd een schoolvoorbeeld van (Franse) welsprekendheid. Met het pseudoniem werd een directe vervolging door staat en kerk voorkomen.
Jansenisten: geestverwanten van Cornelis Jansen of Jansenius (1585-1638), die een groot werk over de kerkvader Augustinus had geschreven, waarin hij het probleem van de genadeleer helder probeerde te krijgen.